Sporen of stems: wat is het verschil?
Losse sporen zijn alle afzonderlijke opnames: kick, snare, overheads, elke gitaar, elke zangtake. Stems zijn groepen die al zijn samengevoegd, bijvoorbeeld 'alle drums' of 'alle backing vocals'. Voor een volledige mix werken we het liefst met losse sporen; dan is elk instrument afzonderlijk te bewerken.
Ons mixtarief is € 240 per nummer tot 48 sporen. Wil je naast de stereomix ook een stems-export voor live, sync of remixen, dan rekenen we een toeslag van € 60. Meer daarover op Mixen.
Het juiste bestandsformaat
| Instelling | Advies |
|---|---|
| Formaat | WAV of AIFF, geen MP3 of AAC |
| Bitdiepte | 24-bit of 32-bit float |
| Samplerate | Gelijk aan de opnamesessie, bijvoorbeeld 48 kHz |
| Kanalen | Mono-bronnen mono, stereo-bronnen stereo |
| Effecten | Uit, tenzij een effect wezenlijk bij het geluid hoort |
Converteer de samplerate niet zelf. Exporteer op de rate waarop is opgenomen en vermeld die in je notitie.
Allemaal vanaf hetzelfde startpunt
Dit is de fout die we het vaakst zien: sporen die elk op een ander moment beginnen. Exporteer elk spoor vanaf hetzelfde punt, bij voorkeur maat 1 of nul seconden, ook als een instrument pas na een minuut invalt. Dan staat alles na het importeren meteen goed. Stuur een lege afteltel of klik mee als het nummer niet op een maatstreep begint.
Noteer het tempo in BPM en eventuele maatsoortwisselingen. Met een tempomap kunnen we later strak editen.
Headroom en clipping
Laat de pieken van elk spoor ruim onder 0 dBFS, rond -6 tot -10 dBFS is prettig. Zet geen limiter of maximizer op de masterbus voordat je exporteert. Een spoor dat al vervormt, is in de mix niet meer te redden. Twijfel je of een overstuurd geluid de bedoeling is, stuur dan beide versies mee.
Effecten die je creatief belangrijk vindt, zoals een specifieke gitaarversterker-simulatie of een tape-delay op de zang, exporteer je het best twee keer: droog en met effect.
Naamgeving en ordening
Een map met 'Audio 1' tot 'Audio 37' kost tijd om te ontcijferen. Gebruik korte, duidelijke namen met een nummer vooraan, zodat de volgorde logisch blijft.
- 01_Kick_In, 02_Kick_Out, 03_Snare_Top
- 10_Bas_DI, 11_Bas_Amp
- 20_Gtr_L, 21_Gtr_R
- 30_Lead_Vox, 31_Dubbel_Vox, 35_BV_Hoog
Zet de projectnaam en het tempo in de mapnaam, bijvoorbeeld Nummertitel_120bpm_48k.
Een referentie en een korte briefing
Stuur je eigen ruwe mix mee. Daar hoort de mixtechnicus de balans die je in gedachten had en de effecten die bij het nummer horen. Voeg een of twee referentienummers toe en schrijf in een paar zinnen wat het nummer nodig heeft. Joris Bakker, onze mixtechnicus, leest die briefing voordat hij begint.
Inbegrepen zijn 2 correctierondes per nummer. Bundel je opmerkingen per ronde in één lijst met tijdcodes, dan is elke ronde effectief.
Versturen, rechten en bewaren
Zip de map en stuur een downloadlink via een gangbare transferdienst. Controleer zelf of de link werkt en lang genoeg geldig is. Je blijft eigenaar van je opnames; de afspraken staan in de algemene voorwaarden. Projectbestanden bewaren we 6 maanden na oplevering, maak dus altijd zelf een back-up.
Gebruik je samples of beats van derden, controleer dan vooraf of je licentie commerciële release toestaat. Voor uitbrengen via Buma/Stemra en Sena heb je je eigen registraties nodig.
Checklist en vervolg
- WAV of AIFF, 24-bit, originele samplerate
- Alle sporen vanaf hetzelfde startpunt
- Geen clipping, geen limiter op de master
- Duidelijke namen, tempo in de mapnaam
- Ruwe mix, referentie en korte briefing
Nam je nog niet op? Lees dan eerst een opnamesessie voorbereiden. Na de mix volgt de master; zie Mastering. Vragen over je export kun je stellen via contact.



